|
|
 |
F I M - R A L I Y M E T D E O U D J E S .
FIM-rally met de oudjes van de tocht naar Berlijn,
deel 1
Op de KNM V-reünie in november 2005 liet ik mij ontvallen, dat als de F1M-rally in de buurt was ik hier aan mee zou doen. En laat nu de rally in 2006 in Berlijn plaats vinden! Als je A zegt moetje ook B zeggen. Dat is simpel. Waarom juist Berlijn, zul je je afvragen. Omdat het ten eerste niet zo gek ver van Groningen is en ten tweede omdat ik er al een keertje geweest ben. In 1963 kreeg motorclub Martinistad, waar ik nu nog steeds lid van ben, een uitnodiging om deel te nemen aan een internationale sterrit naar Berlijn die werd gehouden van 6 t/m 9 september. Met een klein groepje van Martinistad gingen we er naar toe. Dus om weer na 43 jaar te zien hoe Berlijn er nu uit ziet leek mij leuk en spannend. Toen was de rit er naar toe al een belevenis. Bij Helmstedt via één van de weinige doorgangen Oost-Duitsland, dan naar de andere grenspost Dreilinden om West-Berlijn in te komen. We kampeerden op een camping gelijk naast de zonegrens. Op nog geen 10 meter liepen de zwaarbewapende Vopo's (volkspolizei van de DDR.) Mede-lid Jans Meinds en ik hadden afgesproken dat als we aan de FIM mee zouden doen dan zou het op de "oudjes" zijn. Dus Jans op de BSA B31 (350cc een cilinder) van 1956 en ik had de keuze tussen de Matchless G80S (500 cc een cilinder) en de Triumph Speedtwin (500 cc twee cilinder) beide van 1956. Omdat ik de elektrische installatie van mijn tweede motor, Matchless G80s, niet vertrouwde koos ik voor de Triumph. Maar ja, er was een probleem, de motoren hadden jarenlang stilgestaan. Dus dat betekende sleutelen. Jans moest flink aan zijn BSA sleutelen en ik moest de Triumph onderhanden nemen. De telescoopachterveringen zijn vervangen. De primaire kettingkast werd opengemaakt om te zien of de koppelingsplaten nog intact waren. Inmiddels kwam Jans, voor een bakje koffie. Met andere woorden, de BSA was reisvaardig voor de rit naar Berlijn. De BSA was om door een ringetje te halen. Na nog wat inspecties gepleegd te hebben vond ik dat de Speedtwin maar eens moest draaien. De motor buitengezet en aantrappen dat ding...... en vergeet het maar!!!. Niet dus. Wat was er aan de hand? Alles nog eens nagekeken, alleen de vonk aan de bougies was minimaal. Je kon het eigenlijk geen vonk noemen. 'S avonds naar een deskundige gebeld om te vragen of hij een idee had waarom de Triumph niet wou. Kijk eens naar de bobine of die wel genoeg spanning krijgt, adviseerde hij. Zogezegd zogedaan. Wat bleek, de bobine kreeg maar 4 volt in plaats van 6 volt. Gauw een rechtstreekse verbinding gemaakt van de accu naar de bobine via een schakelaar. En jawel hoor, bij de tweede trap liep de motor!!!. Tjonge, tjonge wat zit er een geluid in de twee cilinder Triumph. Je krijgt er kippenvel van!! Na nog even wat proefritjes te hebben gemaakt, o.a. met mijn broer naar De Oude Waag in Drouwen, was ik ervan overtuigd dat de "oude heer" de rit naar Berlijn wel aan kon. De FIM rally werd gehouden in Paaren/Glien, een dorpje zo'n 20 kilometer ten noordwesten van Berlijn. In dat dorpje staan twee grote hallen op het terrein van de Markisches Ausstellungs- und Freizeitzentrum (MAFZ). We gingen met een groepje van 4 personen. Eigenlijk 5, Jans zijn vrouw ging ook mee als bezemwagen. Een paar dagen van te voren kwamen we bij Jans samen om de route te bespreken. We zouden op de heenreis de snelwegen vermijden en uitsluitend binnenwegen nemen. Voor de heenreis hadden we 2 dagen gepland. Op zondag 16 juli was het dan zover. We hadden afgesproken om 8.00 uur samen te komen bij de grensovergang Ter Apel. Vijf minuten later gingen we op weg. Twee oudjes en twee jonkies (BMW s K75).
deel 2
Zondag 16 juli was het dan zover. Om 8 uur 's morgens op de grensovergang Ter Apel was afgesproken om daar samen te komen. Wel wat vroeg, maar goed, eenmaal A dan ook B. De Triumph Speedtwin uit de schuur gehaald, de bagagetassen er aanhangen en de tanktas inpakken. Niets vergeten, nee, dat was niet het geval. Een dag van te voren heb ik de tank vol laten lopen, zodat we de eerste paar honderd kilometer niet hoeven te tanken. Maar ja, een oude motor van 50 jaar kan die wel tegen loodvrije benzine. Hier en daar heb ik m'n licht eens opgestoken, echter veel wijzer wordt je er niet van. De een zei, natuurlijk moet er loodvervanger bijgevoegd worden. De ander zei, niet nodig, de klepsluitingen zijn al genoeg goed afgedicht. Weer een ander adviseerde om geen Euro 95 te tanken maar 98 of zelfs met een nog hogere octaangetal. Wat te doen en wat is wijs. Tenslotte moet er wel 1100 km gereden worden met de oude heer. Uiteindelijk is er Euro 95 getankt met toevoeging. En nu maar zien wat er gebeurt. 3e moet nu eenmaal een beslissing nemen, is het niet. Affijn, mijn broer Lammert kwam om 7 uur om mij op te halen. Jas aan, helm op en starten de Triumph. Doet ie het of doet ie het niet, ging door mij gedachten. En... bij de eerste trap.... lopen!!! Prachtig wat een geluid!!. Op naar Ter Apel. Natuurlijk niet zonder afscheid te nemen van mijn eega. Ook voor haar wordt het een vreemde week. Het komt haast niet voor dat we een week gescheiden ons eigen weg gaan. Dat is voor ons beide even wennen. Maar goed, eenmaal A dan ook B. Via de beruchte N34 naar afslag Gasselte/Gasseltemijveen daar op de N378. Direct na de afslag hoorde ik een vreemd geluid, iets klapperde, maar wat. Het kwam van voren bij de telescopen. Weldra zag ik het. De koplampglas bungelde tegen voor telescopen. Mijn broer die achter me reed merkte hier niets van. Vlak bij de rotonde stoppen in Gasselte en de zaak weer op z'n plaats gebracht. Nu dat begint al goed, schoot het door mijn hoofd. Extra opletten dus of het weer gebeurt. Verder via de "mondenweg" naar de afgesproken plek op de grensovergang bij Ter Apel. Daar aangekomen zagen we Jans en Ineke uit Delfzijl al staan en even later verscheen Bert Wittenaar uit Assen Vijf minuten later op weg naar Berlijn. Van te voren hebben we besloten om het in twee dagen te doen, dat moet lukken, toch. Van Ter Apel de weg 408 volgen tot B70, rechtsaf naar Meppen. Vlak voor Meppen de afslag naar Haselüne weg 402. Deze weg hebben we gevolgd tot Fürstenau. Prachtige weg en heerlijk rustig op zondagmorgen. "Toen ik op de B70 reed schoot me ineens te binnen wat er zo'n 20 jaar geleden gebeurde. We kwamen terug van de FIM rally op de Nurburgring en gingen tanken bij een pompstation nabij Meppen op de B70. Ik reed toen op een Matchless 500 ééncilinder van 1957, heb ik nog trouwens. Deze motor had de gewoonte om bij de eerste trap te beginnen met een keiharde, maar dan ook echt een keiharde knal. Degene die er bij waren wisten dat en gingen een tiental meters verderop staan. Na getankt te hebben moest de zaak gestart worden. U raadt het, een geweldige knal. Omstanders kregen gelijk een rolberoerte en krompen in elkaar. Aanslagen waren toen niet aan de orde, maar de knal zou vandaag de dag alle alarmbellen doen rinkelen. De Martmi-stadjers verderop lagen krom. Dit even terzijde." Na Fürstenau schoten we op weg 214 en bleven die volgen tot Celle. Wie ooit naar het oosten wil is het aan te raden deze weg eens te nemen, h komt door plaatsen als Diepholz, Nienburg, Schwarmstedt en Wietze. Om een uur of 10 bij MacDonalds in Diepholz koffie drinken. Inmiddels liep de temperatuur al aardig naar de 25 graden, blij datje weer op de motor zat voor wat frisse wind. In Celle moesten we even de weg zoeken richting Lachendorf. Dat duurde niet lang of we zaten op de goede weg namelijk nr.244. Ook zo'n weg die is aante bevelen. Nabij Lachendorf kwame we een Grieks restaurant tegen. Aangezien we nog moesten lunchen (middageten) besloten we Grieks te gaan eten. Voor herhaling vatbaar. De 244 volgden we tot Wittingen. Inmiddels was het halfvijf in de middag. Temperatuur lekker warm (boven de 30 graden) de fut was er een beetje uit, tijd om te stoppen voor vandaag, zeiden we tegen elkaar. In Wittingen troffen we een keurig hotel, namelijk " Het Wittinger Hof'. Hoewel het pas om vijf uur open ging, mochten we er eerder in, dankzij een vriendelijke dame, die net uit het hotel kwam. De motoren konden achter het hotel gestald worden. En hup, naar onze kamers. Opfrissen, douchen dus, naar beneden en een groot glas bier op het terras. Wat een leven!! En hoe hebben de oudjes het gedaan vandaag? Welnu, zowel de Triumph als de BSA B31 van Jans hebben het prima gedaan. Geen misse slag kunnen ontdekken, ondanks de afstand en de wel hoge temperatuur. Het zijn geen watergekoelde motoren, we moeten het hebben van de rijwind.
deel 3
Zoals ik al zei, op het terras van hotel “Wittinger Tor” in de bierstad Wittingen was het goed toeven. Ook het heerlijke eten daar was prima. Na nog even door het stadje gewandeld te hebben (’t was zondagavond, dus heel rustig) vonden we dat het tijd werd voor een goede nachtrust en dat deden we dan ook. De volgende ochtend, maandag de 17de juli, waren we redelijk vroeg (7.00 uur) uit de veren. De zon scheen prachtig in het raam en over het stadje en de lucht was inmiddels strakblauw. Voor ons kon de dag al niet meer stuk. Wassen, eten en om 9 uur startten we weer met vol vertrouwen de motoren. Ja, ja, de BSA en de Triumph met de kickstarter en de beide BMW’s met een simpel drukknopje. Een wereld van verschil. Maar goed, rijden doen ze allemaal. Vanuit Wittingen vervolgden we de weg naar het voormalige grensplaatje Waddekath, de grens tussen west en oost. Daar is niets meer van te zien, zelfs niet aan de weg. We reden door naar Flecken/Diesdorf, een leuk knus dorpje. Vandaar naar Rohrberg via Mehmke. In Rohrberg ging het richting Klötze. Maar voordat het zover was bleek even na Beetzendorf dat Jans niet meer achter ons zat. Hoe kon dat? We gingen terug en zagen Jans en Ineke naast de BSA staan met de mededeling “hij dut het nait meer”. Omdat de zon inmiddels meedogenloos scheen en daardoor elk schaduwplekje welkom was, werd de motor onder de bomen op het naastgelegen fietspad gezet. Met geen mogelijkheid wou de BSA lopen. Ra, ra, hoe kon dat? Bougie er uit, nou vergeet het maar, met geen mogelijkheid los te krijgen. Ja, wat wil je ook met zo’n hete motor. Dan maar via de bougiekabel kijken of er een bespeuren was. Na een paar keer trappen kwam onomstotelijk vast te staan dat de magneet op de BSA geen enkele medewerking wilde verlenen om een vonk te produceren. Ook al hadden we een nieuwe bougie, dan zou dat niets helpen. Niet langer knutselen en praten, de BSA werd in de bus van Ineke geschoven en Jans erbij in. In Berlijn zien we wel weer. Weldra waren we in Klötze en reden door naar Kakerbeck. Daar wachtte de koffie in een imbiss. Er is niets heerlijkers dan koffie rondom een uur of half elf. Meestal is er dan wat bij, hier echter niet, ‘kuchen war nicht da’. Maar goed, om in Berlijn te komen hadden we nog een paar kilometers te gaan, dus na de naakte koffie wegwezen. De routebeschrijving leidde ons naar Kalbe, Bismark (bekende naam), Schernikau en Stendal. Een prachtige weg door allerlei mooie dorpjes en stadjes, wat zo’n 16 jaar terug nog Oost-Duitsland was. Stendal is een grote stad met veel bezienswaardigheden, zoals de Dom, het Altmärkische Museum. We reden dwars door Stendal om uiteindelijk op wegnr.188 naar Rathenow te rijden. Die weg heet Strasse der Romanik. Onderweg passeerden we de druk bevaarde rivier de Elbe, die dwars door Duitsland loopt. In Rathenow aangekomen was het tijd om te eten en te drinken. Bij een rotonde was een imbiss met airco. Dat was heerlijk want de temperatuur rees ver boven de 30 graden. Een heerlijke Duitse boerenomelet lag spoedig voor ons en dat smaakte heel goed. De waard bood ons voor een paar euro kleine flesjes kruidenbitter aan, speciaal gemaakt in Rathenow. Die namen we dan ook. De onderbreking moest niet te lang duren, dus de hitte in en rijden via een stukje 188 totdat we op de bundesstrasse 5 kwamen. Deze weg is de toegang naar- en gaat dwars door Berlijn. Wij reden de “5” tot Nauen om dan de “273” Börnicke te nemen. We voelden dat we het FIM terrein naderden. Na enig zoeken kwamen in Paaren aan alwaar we om vier uur op het terrein van Märkische Ausstellungs-und Freizeitzentrum (MAF) aankwamen. Een gigantisch terrein bleek later. Alles was al ingericht en er waren reeds talrijke rally-gangers.De inschrijving was spoedig gedaan en we zochten een plekje waar de organisatoren de Nederlanders hadden gedacht. Fouke en Corry Mol waren eerder gekomen en hadden hun tent opgezet. Wij zetten onze tenten naast hun als rechtgeaarde Martinistadjers. Dat opzetten ging in fases omdat de temperatuur en de zon ons noopten af en toe de schaduw op te zoeken en flink wat vocht tot ons te nemen. ’S Avonds besloten we om te eten met een groot glas bier. Wat een leven!Tot een uur of twaalf bleven we met z’n allen bij de tent zitten om daarna de tent in te duiken. Einde van de maandag. De oude Triumph had ook vandaag heel goed z’n best gedaan, “gein mizze slag” gehad.
deel 4
Begin van de dinsdag, de 18de juli 2006, om 7 uur uit de slaapzak, op de knietjes en de handjes de tent uit en… prachtig weer. De zon al behoorlijk hoog aan de hemel, dat belooft weer een mooie dag te worden. Als een haas naar de waslocaties, onder het mom van wie het eerst komt vindt de schoonste plek. Wat wil je ook als we met z’n allen tegelijk gaan ploeteren. Na de boenbeurt nog een poosje in de zon bij de tent en daarna met z’n allen naar de ontbijtzaal. Ik moet zeggen dat de organisatoren dat goed voor elkaar hadden. Voor elk wat wils. Je kon kiezen voor een “full English breackfast” of voor een gewoon normaal ontbijt. Wie nu nog zeurde is wel een echte zuurpruim. Nadat we met een heerlijk en voldaan gevoel naar onze tenten liepen, besloot Jans z’n BSA B31 bij de op het terrein aanwezige werkplaats te zetten. De motor stond immers nog in de auto. Dus dat was een makkie. In de loop van de dag zouden we te horen krijgen hoe het verder zou gaan. Jans en Ineke hadden een excursiekaart naar Potsdam. Daarvan maakten ze geen gebruik, omdat ze bericht moesten afwachten betreffende de BSA. Dus kreeg ik de kaart aangeboden en daar maakte ik dankbaar gebruik van. Om half tien met twee bussen naar Potsdam. Dat was vanaf de camping nog een behoorlijk eind. Het weer werd steeds mooier maar ook warmer. Eerst via de westelijke ringweg nr.10 naar afslag 25 Potsdam. Daarna via wegnr.273 naar Potsdam. Geen kinderachtige stad. Enorme gebouwen. Eigenlijk is het een grote voorstad van Berlijn, het loopt nagenoeg in elkaar over. Op een gegeven moment in de binnenstad stopte de bus op een parkeerplaats en werden vriendelijk verzocht uit te stappen. Wat we dan ook deden. Maar ja, daar stonden we met zo’n honderd mensen en dan. Waar moeten we heen? Iedereen maakte al z’n eigen plannen, maar zo werkt dat niet dus. Ondertussen zocht ook iedereen een boom op voor wat schaduw. Gelukkig na een kwartier kwamen twee mensen aangehold die de gidsen bleken te zijn. Elk bus kreeg een eigen gids. Onze gids verontschuldigde zich dat het zo gelopen was. De bedoeling was om met de bus een rondrit te maken door Potsdam. Dat gebeurde dus. Ogen en oren heb je te kort. Je wilt alles zien en horen. Zo reden we langs het Holland Vierteil met Nederlands huizen (gevels) en kwamen terecht bij Schloss Sanssouci. Een pracht slot. Gebouwd in de 18de eeuw voor Frederick de Groote. Een Engels edelman, vrijgezel, lieten we ons vertellen. Daarna reden we naar Cecilienhof paleis. Dit gebouw speelde een belangrijke rol tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Het is een vierkant gebouw en op elke hoek zaten de hoofdrolspelers van de oorlog, nl. de Russen, Amerikanen, Engelsen en de Fransen. Zo was Berlijn ook ingedeeld. In dit paleis vond de 1945 conferentie plaats waar werd bepaald hoe Europa te verdelen. Ook reden we door het verboden deel van Potsdam omdat daar de Russen woonden tot vlak voor “Die Wende”. Nu waren ze elke villa weer aan het opknappen en wat voor villa’s, nagenoeg allemaal van het type Drakenstein. ‘s Middags waren we weer op de camping in Paaren/Glien en tijd voor een groot glas bier! Jans had inmiddels bericht gekregen over de mogelijkheden om de BSA weer te laten lopen. Midden in Berlijn was een zaak die uitsluitend Engelse motorfietsen reperareerde en verkocht. Jans en ik hebben de motor in de auto geschoven, dus op naar de reparateur. Eerst naar Spandauw en via de Heerenstrasse naar de Kaiserdamm, daar op de ringweg nr.100 naar het stadskwartier Schöneberg. Daar de motorzaak in Feurigstrasse, vlak bij de Insbrucker Platz, gezocht. En warempel in die straat moesten we door en onder de huizen een zeer smal poortje door, waarna we op een binnenplaats kwamen. Het lag tussen huizen van zo’n 6 verdiepingen. Zon kwam er niet, dus was het daar betrekkelijk koel. Het waren allemaal oude engelse motoren zoals Triumph, BSA, AJS/Matchless, Ariel en Norton. Ook hadden ze veel onderdelen, zowel gebruikt als nieuw. Een eldorado voor de engelse motorliefhebber. We keken onze ogen uit. De man daar wist van onze komst en inspecteerde de B31. Maar de monteur Tommy, die er echt verstand van heeft, was net even weg en hoe laat hij weer kwam wist man niet. We lieten onze mobielnummer bij hem achter en spraken af dat er teruggebeld zou worden. De man ter plekke zag wel mogelijkheden, hij dacht zelf dat het aan de magneet lag. Nou die lagen genoeg op de plank en op verschillende BSA motoren die er stonden. Dat moest toch makkelijk te vervangen zijn. Met die gedachte reden we weer naar het FIM terrein waar we om half zes aankwamen. Tijd voor weer een pot bier. Daarna gingen we met z’n allen, ja, met zo’n dikke 2000 mensen!! eten. En dat was lekker, je kon zoveel krijgen als je wilde. Voldaan keerden we weer terug en heel laat, tot in de kleine uurtjes, zochten we onze slaapzak op. Einde van de dinsdag. De woensdag de 19e juli begon net als de vorige dag met een prachtig schijnende zon aan een heldere blauwe hemel. Wat overkomt ons hier in Paaren met dit alsmaar durende mooi zomerweer. Ik althans kreeg er geen genoeg van en soms heb ik nu heimwee naar juli 2006. Na de gebruikelijke ochtendrituelen, zoals wassen, scheren, knippen en een reukje, zaten we al redelijk op tijd aan het ontbijt (frühstück), ook niet kinderachtig!. Voor vandaag hadden we afgesproken om Berlijn eens te bezoeken, zonder motor. In het dorpje Paaren was maar een bushalte, waarvan de enige bus ‘smorgens om twintig voor elf ging. Voor de FIM rally deelnemers was het gratis vervoer. Op tijd stonden we bij de halte, alleen jammer wij waren niet de enigen, mijn broer, Bert en ik. Velen hadden dezelfde gedachte als wij: op naar Berlijn! Wellicht had men hierop gerekend zou je je afvragen. Nee, dus. Daar had men niet aangedacht. Als gevolg daarvan raakte de bus bij de halte al vol en we moesten nog heel wat haltes aandoen voor we op onze eindbestemming Bahnhof Spandauw waren. En uitgerekend bij elke halte moesten er een of meer passagiers in, wat inhield dat we letterlijk en figuurlijk op elkaar gepakt zaten en stonden. Daar zou de chauffeur wel rekening mee houden dachten we, vol is ook echt vol en de haltes voorbij rijden. Maar nee hoor, hij stopte toch nog bij elke bushalte om mensen er in te laten. Uiteindelijk zaten de passagiers boven op de rugleuningen van de stoelen. Je houd het niet voor mogelijk. Daar komt nog bij dat de temperatuur buiten behoorlijk opliep, laat staan hoe het binnen in de bus was, een oven! Nee, een rit om nooit te vergeten. Gelukkig na een uur konden we eruit en gingen we linia recta naar een terrasje voor een lekker koel bak ijs. Met ons drieën besloten we om een dagkaart te kopen bij de Deutsche Bahn. Voor maar 5 euro en 80 cent kon men in Berlijn de hele dag reizen met de U- en de S-Bahn. Heel voordelig en beslist de moeite waard. We gingen eerst naar Bahnhof “Insbrücker Platz” om vandaar uit naar de BSA van Jans te gaan en vooral kijken hoe het ermee stond. Helaas, de motor stond er nog net zo als dat we hem een dag eerder hadden gebracht. Ja, ze hadden er wel al naar gekeken, het lag aan de ontsteking maar verder geen activiteiten ondernomen. Toch maar even naar Jans gebeld om te melden wat onze bevindingen waren. Als dat maar goed komt, vroegen we ons af. Terug naar de “Insbrücker Platz” om vandaar uit met de S-Bahn naar de nieuwe Berliner Hauptbahnhof te gaan. Je weet niet wat je ziet en je raakt er niet uitgekeken. Een en al glas, wat een prachtig station. Stuk of vier verdiepingen spoor en heel veel winkels. Na een tijdje lieten we ons rijden naar de U-Bahnhof “Unter den Linden”. Vlak bij is daar de beroemde Friedrichstrasse met de al even beroemde/beruchte “Checkpoint Charley”. Voor die “Wende” een doorlaatpost van west- naar oost Berlijn. Lammert en ik waren daar reeds in 1963. Alles in de omgeving is daar veranderd. Zelfs het hokje was niet meer origineel en stond verderop de Friederichstrasse in. Voor een paar euro kon men met een nep-Rus en een nep-Amerikaan bij het hokje op de foto. Alles is daar business geworden. We gingen te voet naar het Russisch monument via de Brandenburger Tor en vandaar naar het gerestaureerde Reichstag gebouw. In de oorlog lag het in puin, ook toen wij er in 1963 waren. Maar thans geheel gerestaureerd. We hebben het gebouw van binnen bezichtigd, maar niet nadat een grondige visitatie. Ons heel hebben en houden ging door een scanner. Zakmessen e.d. gingen in een plastiek zakje om het bij het verlaten van het gebouw het weer terug te krijgen. Eenmaal boven op het dak hadden we een bijzonder uitzicht op de bovenkant van de Brandenburger Tor. Heel jammer dat net op die dag de glazen koepel gesloten was wegens reparatiewerkzaamheden. Normaal kun er rondlopen tot bovenin. Na dit bezoek zijn we met de ondergrondse naar de Potsdammer Platz gegaan. Een heel groot station met veel spoorverdiepingen en ook heel veel winkels. En overal veel gezellige terrasjes. Wij dachten dat hier ooit president Kennedy de woorden sprak: “Ich bin ein Berliner”. Waar de Potsdammer Platz in 1963 een ruim plein was doorsneden door De Muur, is het nu volgebouwd met hoge gebouwen. Gevraagd aan de mensen ter plekke of Kennedy hier had gestaan en zijn bekende zin had uitgesproken kregen we het antwoord dat het niet op de Potsdammer Platz was, maar voor het raadhuis van het stadsdeel Schöneberg. Ongemerkt was het al laat geworden en we vonden het de tijd om huiswaarts te keren en gingen met de trein terug naar Spandauw. De bus zou om 21 uur vertrekken van het Rathaus van Spandauw. Er stonden nog meer Fimmers op de bus te wachten. Echter op de electronische aanduidingsbord werd vermeld dat de bus niet kwam vanwege een technische storing. Het was de laatste bus. Gevraagd aan iemand die ook stond te wachten, kregen we te horen dat er altijd een bus komt. Het kon zijn met 10 minuten maar ook wel drie kwartier. En ja hoor, nog geen 15 minuten wachten of de bus naar Paaren kwam er aan. Om half elf waren we weer op de camping van de Rally. Nog even wat drinken en de tent in. En zo eindigde de woensdag.
Deel 5
Na een nacht erg goed te hebben geslapen brak de donderdag de 20ste juli van het jaar 2006 wederom aan met alweer die mooie zon. Ik geloof dat het in de tent koeler was als daarbuiten, tjonge wat toch een pracht weer was het al. Vandaag was het de dag van de Finish. Op het programma stond dat we ons om 10.30 uur moesten opstellen. Dat moesten trouwens alle landen die aan de FIM rally mee deden. De opstelling was in het dorpje Paaren. Als vanzelfsprekend liep de oude heer Triumph bij de eerste de beste trap. Nee, geen drukknopje maar een mannelijke trap op de kickstarter. Het oude werk, zal ik maar zeggen. En wat komt er een geluid uit de Triumph van 1956. Je krijgt er kippenvel van. Om 11 uur ging de ploeg van Nederland uit Paaren en reden we naar Spandauw. De Finish van de FIM rally was in Alt-Spandauw bij het Brauhaus. Inmiddels was het al bloedheet. Tot vlak bij het Brauhaus werden we opgewacht door de Berlijnse politie op motoren en auto's. Deze wetsdienaren brachten ons keurig netjes naar de Finish, al het verkeer tegenhoudende, al was het een koninklijk bezoek. Eindelijk stonden we voor de Finish en werd het Nederlandse volkslied ten gehore gebracht. Na dit ceremonieel konden we de motoren op aanwijzing van de organisatoren parkeren op het Parc Fermé. Ik geloof dat de plaatselijke bevolking nog nooit zoveel motoren bij elkaar hebben gezien. Nadat we onze lunchpakketten in ontvangst hadden genomen zochten we de schaduw op. Gelukkig was het een boomrijke omgeving en iedereen zocht een schaduwplekje onder de bomen. In de zon kon je bijna niet zijn, tenzij je een paraplu bij je had. Maar wie neemt er bij dit weer zo'n ding mee. Niemand dus en was het afzien. Als je zo'n Parc Fermé overziet, dan staat daar voor een kapitaal. De Triumph stak daarbij af als een echt heel oude heer. Maar goed hij stond er tussen en daar zijn we best trots op. Na een poosje onder de bomen te hebben gezeten en gelegen besloten mijn broer en ik maar eens Alt-Spandauw met een bezoekje te vereren. Zover was het niet lopen. Bert was ons al voorgegaan. Nadat we de winkelstraat op en neer hadden gelopen was het tijd voor een "terrasje pikken". Kennelijk hadden Bert en Jans het zelfde idee, want die troffen daar ook. Ondanks de warmte dronken we koffie. Daarna ben ikzelf op zoek gegaan naar souvenirs. In de buurt was een soort V&D maar dan heette het daar "Karstad". Wat een enorme winkel. Gelukkig hoefde ik niet zolang te zoeken voor een kleinigheidje voor vrouw, kinderen en kleinkinderen. Om 4 uur 's middags konden we weer vertrekken naar de FIM-camping in Paaren. Op de weg daar naar toe merkten we dat op sommige delen van de weg
het asfalt zo zacht was als boter. Dus oppassen geblazen. Eenmaal op de camping direct een uitwendige opfrisbeurt gemaakt en daarna direct naar het restaurant voor de inwendige opfrisbeurt. 's Avonds om 19.30 werd de FIM rally officieel geopend. Op het terrein was een voetbalveld waar diverse evenementen werd gehouden. Er was een stuntteam die op Kawasaki's allerlei capriolen deden, zoals met zoveel mogelijk mensen op een motor. Er was ook een Braziliaans drumband die al trommelende over het terrein liepen. Ondertussen kwamen diverse mensen aan het woord om iedereen welkom te heten. Af en toe viel het geluid uit, zodat de ene helft van de toeschouwers verstoken bleef van wat er werd gezegd en de andere helft lekker genoot. De niets horenden begonnen daarop te schreeuwen en dat begreep de andere helft dan niet weer. Bijzonder komisch was dat. Maar het meest spectaculair was wel hoe een 18-jarig meisje in een 50 meter hoge mast ging klimmen. Eenmaal boven deed ze doodgemoedereerd gymnastiekoefeningen. Je durfde bijna niet te kijken. Echt zoiets heb ik nog nooit gezien. Pas om half negen togen we naar de eetzaal met zo'n 2000 mensen om aan het diner te gaan zitten. Wonderwel lukte dat ook nog. Alleen jammer was dat de biertapinstallatie het soms niet deed. Het menu bestond uit aardappels, zuurkool en vlees met daarna een heerlijk toetje. Ik moet zeggen dat het best smaakte. Omdat het nog behoorlijk warm was bleven rondhangen om en nabij het restaurant, iets wat iedereen deed. Tegen 11 uur werd de tent opgezocht maar er nog niet in. Gezellig even napraten bij de tent van Fouke en Corry en wel tot in de kleine uurtjes. Ergens op de camping speelde een Sloveen vrolijke deuntjes op zijn trekharmonika terwijl de rest zingend en dansend er een extra vrolijke noot aan toevoegden. Het geheel trok veel belanstelling. Uiteraard werd er Sloveense wijn gedronken, naar ik aannam. Al met al zeer sfeervol. De temperatuur zakte wel iets maar niet zoveel dat je kon spreken van een koele avond, integendeel. Dat was ook de reden dat iedereen nog voor zijn of haar tent zat. Maar toch werd het tijd om te gaan slapen, want morgen wachtte ons weer een drukke en warme dag. Nog even de oude Triumph over zijn bol aaien en dan de tent in. Einde van de donderdag de 20e juli 2006. De vrijdag de 21ste juli brak aan met weer die mooie zon. Ik was vroeg wakker, dus om 6.45 uur naar de douches. Velen waren kennelijk vroeg uit de veren want de wascabines/douches waren merendeels bezet. Gelukkig was er een douchehoekje al gauw vrij. Je moet wel vroeg anders staan er rijen voor. Vandaag gingen we een rondvaart maken door Berlijn. Om half tien stonden de bussen gereed bij de camping in Paaren. Waar de organisatie al die bussen vandaan hebben gehaald is mij een raadsel, maar alle 2000 deelnemers gingen in de bus naar Berlijn. De helft begon met een bustocht door Berlijn om dan bij het Treptowerpark te wachten op ons die met de boottocht begon. Wij reden met de bussen naar Spandauw om daar aan de Lindenufer aan boort te stappen van een wel heel grote rondvaartboot. Bij het opstappen werden we voorzien van een welgevulde lunchpakket. Nadat iedereen was ingestapt, dat duurde wel een half uurtje begonnen we te varen over de Spree. Dwars door het centrum van Berlijn en een gids vertelde de bijzonderheden. De stem van die gids zal ik niet gauw vergeten, zo’n bijzondere stem had die man. Inmiddels was het al weer lekker warm geworden, daarom was het beter toeven onder dek als er boven. Alle uitzonderlijke gebouwen hebben we gezien zoals het huis der Kulturen der Welt, langs de Friedrichstrasse, en nog een klein stukje Muur en het voormalig Rijksdaggebouw. Die heeft aan de achterkant een brug speciaal gemaakt voor de ambtenaren en andere hoogwaardigheidsbekleders. Zo hoeven zij niet ver te lopen om bij het hoofdstation te komen. Na ruim 4 uur te hebben gevaren kwamen we aan bij het Treptowerpark. Daar stonden de bussen op ons te wachten. De andere FIM-rally-gangers konden na lang wachten aan boort. Dat lang wachten moesten wij ook voordat de bussen aan de rol gingen. Onze gids in de bus leidde ons door Berlijn. Bij de Muur mochten we er even uit om daarvan foto’s te nemen. De Muur was veranderd in een Kunstmuur met alle mogelijke schilderingen er op. Daarna reden we langs allerlei bezienswaardigheden. Ook langs het Rathaus Schöneberg, waar president Kennedy de beroemde woorden sprak: “Ich bin ein Berliner”. Op dat Rathaus is een koperen herinneringsplaat aangebracht. Terug gingen we over de Kurfustendamm, langs de hoge Siegezuil op de rotonde in de Strasse der 17e Juni. Op de terugweg naar Paaren namen we afscheid van onze zeer sympathieke gids, die bij Sophie Charlotte-Platz uitstapte. Eenmaal op de camping, gauw even opfrissen en op naar het diner. Ook ditmaal voortreffelijk. Het weer maakte het noodzakelijk dat we verder de hele avond om en nabij het restaurant bleven. Het bier smaakte heerlijk. Pas na twaalven zochten we onze tenten op. Een mooie dag was weer achter de rug.
(Wordt echt vervolgd) Jan Dijkema.
(Slot).
Na een goede nachtrust te hebben gehad brak de zaterdag de 22e juli met veel zon aan. Na de gebruikelijke rituelen zoals scheren, wassen en de zaak okselfris maken togen we om half acht naar het ontbijt. Het was al behoorlijk warm, dus dat beloofd voor vandaag veel goeds. Ditmaal was het ontbijt in de grote zaal en het zag er weer voortreffelijk uit. Na het eten terug naar de tent wat aan rommelen en kletsen. Vandaag moeten we ons opmaken voor de Parade door Berlijn. De bedoeling was om de Parade met “the good old Triumph” te rijden. Dat is mij ten sterkste afgeraden door mijn overbuurman Frits uit België. Hij is namelijk van beroep motormonteur, gespecialeerd in engelse oldtimers. Want, zegt hij, met zo’n Parade is het steeds gasgeven, remmen, schakelen en dat bij zeer lage rijsnelheid en vooral bij dit uitzonderlijke warme weer krijgt de oude baas nauwelijks koeling. En dat is vragen om moeilijkheden. Aldus besloot ik zijn raad op te volgen en de Triumph te laten staan. Dat was natuurlijk niet de bedoeling van Jans Meinds en ik. We zouden met de oudjes mee doen. Toch willen mee doen, dan maar zonder de oude bazen. Dus ging ik bij mijn broer achterop de motor en Jans bij een andere Hollander. De hele camping stroomde leeg, allemaal naar het Olympisch Stadion van Berlijn met zo’n 1700 motorfietsen. De mensen onderweg wisten niet wat ze zagen. Een complete invasie. Bij het stadion ging het even mis met de routeaanduiding, maar uiteindelijk kwamen op de zeer grote parkeerplaats voor de opstelling, landsgewijs. Elke motor had wel een vlaggetje of een vlag bij zich. Een zee van vlaggen was het resultaat. Na een uurtje kwam er beweging in de massa en de Parade begon. Fouke, een clubgenoot van MC.Martinistad, bood mij aan om achterop z’n Gold Wing plaats te nemen. Dat deed ik dus. Tjonge wat rijdt dat fantastisch. Je zit als in een eerste klas coupé. Heel wat anders dat de oudjes van de jaren 50. Een hele politiemacht was op de been om de stoet in goede banen te lijden. Berlijn is zeer rijk aan “Ampels”. We reden over de Heerstrasse, Kurfustendamm en dan halverwege deze drukke straat naar de Berliner Messe. En overal stonden mensen langs de weg en keken hun ogen uit. Omdat The Rolling Stones ook in Berlijn waren en bovendien Christopher Street Day in opbouw was, konden we jammer genoeg niet de hele Kurfustendamm afrijden. Maar je kunt niet alles willen. Ook reden we weer langs de Gedächtekirche, een monument van de Tweede Wereld oorlog. Uiteindelijk kwamen we op de parkeerplaats van de Messe, bij de vroegere race-circuit Avus. Veel is daar niet van overgebleven. Racen doen ze daar niet meer. Omdat het inmiddels zeer warm was geworden besloten we na 10 minuten terug te gaan naar de FIM-camp in Paaren. We reden binnendoor via Spandau, Falkensee, Schönwalde en Pausin. Een mooie rustige weg. Terug op de camping direct opfrissen door middel van het nemen van een douche. Heerlijk weer lekker fris en op naar het restaurant voor een groot glas bier. En we waren niet de enige die zo dachten. Om klokslag zeven uur konden we gaan dineren. Op het menu, aardappelen, rode kool, een groot stuk vlees en als toetje een bakje pudding o.i.d. Na het eten gauw weer naar het restaurant onder de schaduw van parasols. Wat een leven!! ‘s Avonds naar de grote zaal waar de prijsuitreiking plaat ging vinden. Nederland kwam niet in de prijzen voor en dus Martinistad ook niet. Tot laat in de avond zaten we nog gezellig voor de tent van Fouke en Corry. En plotseling werden we getrakteerd op een heuse vuurwerkshow. Daarna de tent in voor oogjes toe en lekker slapen. De zondag de 23e juli brak voor mij al zeer vroeg aan, namelijk half zes in de ochtend. Uiteraard de zon stond alweer de camping te beschijnen. Tjonge wat een zomer!! Vandaag gaan we naar huis. Direct naar de wasgelegenheid, want ben je een half uur later dan sta je in de rij. Terug van de wasbeurt de tent afgebroken en alles ingepakt. De bagage kon gelukkig in de auto van Jans en Ineke, zodat de oude Triumph niet al te zwaar werd belast. Niet dat het daar niet tegen kan, doch hoe lichter hoe beter. Jans en Ineke hier op deze plaats nog bedankt voor het meenemen. Jammer dat de BSA van jullie ook in de auto stond. Na het ontbijt om half acht nog even nagepraat met deze en gene en afscheid genomen van de overige Nederlanders reden we om half negen van de camping af, het dorp Paaren achter ons latend. Zo reden we, Jans en Ineke, Lammert, Bert en ik de A10 op, dat is de ringweg rondom Berlijn. Bij autohof Total Plötzin werd nog even getankt. Op de Dreieck Werder namen we de A2 richting Hannover. Zo rond half elf kregen we trek in koffie en warempel juist bij Rasthof Börde Nord, even voorbij Maagdenburg stond de koffie al op ons te wachten. Natuurlijk met een heerlijke aardbeientorte. Zulke lekkere torte als bij onze oosterburen vind je ze nergens. Op de A2 was het heel erg druk, ondanks dat het 3-baans is van grijs beton, wat nogal fel voor je ogen was. Na een kleine drie kwartier werd de Triumph weer aangetrapt, nee niet door middel van een knopje, maar gewoon het ouderwetse mannenwerk. Onderweg passeerden we de oude IJzeren Gordijn grensovergang bij Helmstedt. Het is nu een museum. In de jaren 60 zijn we daar een paar maal de grens overgegaan met de nodige controle op alles wat je bij je had. Gelukkig is die tijd voorbij. Affijn, we gingen op de autobahnkreuz Hannover-Ost van de A2 over op de A7 richting Hamburg/Bremen. Ook een drukke snelweg, maar weinig vrachtverkeer. Tegen half twee hebben we bij Rasthof Allertal-Ost getankt en gegeten. De Triumph nam net als bij Berlijn weer 11 liter tot zich. Gewoon euro 95 en geen centje pijn, lopen als een lier. Na een uurtje vertrokken we weer om bij Dreieck Walsrode de autobahn 27 naar Bremen te nemen. Toen merkte ik pas dat we tegen een harde noordwester wind in reden, maar nog steeds prachtig zonnig weer, hoewel ver in het westen een paar wolkjes dreven. Bij Bremen namen we de snelweg A1 om bij Oldenburg op de A28 terecht te komen. Via Westerstede naar Leer. Over Westerstede gesproken, deze stad staat bekend als de rododendronstad. In mei is het aan te bevelen om Westerstede te bezoeken want dan bloeien de rododendrons, prachtig. Om half zes reden we bij Nieuweschans de grens over rechtstreeks naar het restaurant “De Poort van Groningen”. Hier dronken we samen koffie met natuurlijk wat er bij. Je wilt het niet geloven, na weken geen regen te hebben gehad, begon het hier te regenen. Gelukkig duurde het niet lang en door de hete asfalt was de weg ook zo weer droog. Na een half uurtje, het was inmiddels droog, namen we afscheid van elkaar (Jans en Ineke, Bert en Lammert en ik) en ieder ging hun eigen weegs. Lammert en ik reden door naar Glimmen daar arriveerden we om zeven uur. Later ging Lammert naar zijn eigen huis in de stad. De Berlijntrip zat er op, blij weer thuis te zijn en een hele ervaring rijker. Een FIM rally om niet weer te vergeten. De oude Triumph heeft het goed volgehouden, jammer dat door een lullig condensatortje de BSA het vertikte om rijdend Berlijn te halen. Ik hoop nog eens met de beide oudjes samen te rijden. Trouwens Berlijn is sowieso een meerdaagse bezoek waard.
Jan Dijkema. (Slot).
|
 |
|
|
 |
Z O N N E W E N D E R I T - T E R U G B L I K O P E E N F I J N E T O U R T O C H T Zonnewenderit – terugblik op een fijne tourtocht van 15 juli
Een toertocht, die ook nog eens uitgezet is door één van onze oprichters van de VKM: Gerard Beekamp. Die mag je niet missen! Want haast als geen ander weet hij prachtige binnendoor weggetjes te vinden. Bijna Engelse kronkelweggetjes, maar dan ( gelukkig) zonder hoge heggen, waardoor je meer van de omgeving ziet. Het weer hield bij vertrek uit Groningen niet over, maar de buienradar gaf aan dat het in het noorden de rest van de dag droog zou blijven (of worden). Vertrekken maar. Mijn zoon Hans had er dit keer geen tijd voor. Die moest nog druk in de weer met zijn oude Singer – auto uit 1949, die nog vakantieklaar gemaakt moest worden. De Elfstedentocht was de vuurdoop voor zijn van de bodem opnieuw opgebouwde sportwagen. Prima uitgereden, maar natuurlijk met de nodige kinderziektes die nog verholpen moeten worden voor het ‘echte werk’.
In Pesse ben ik mooi op tijd aangekomen voor nog een kop koffie. Helemaal droog in tegenstelling tot de deelnemers die uit het zuiden gekomen waren. Zoals de familie Brager. Die waren met plensregens uit Almelo aangekomen. En ook onze onvolprezen voorzitter Johan, die op het ‘pesteindje’ uit Dedemsvaart doornat tegelijk met mij aankwam. Hij nalekkend, en ik helemaal droog en met zon gereden. Klein land, grote verschillen. Er is trouwens nog iets dat me opvalt. En dat is het type motoren dat meedoet bij toertochten. Johan met zijn Matchless (ja, een V-twin….. gemaakt in een minimale oplage) uit 1945 en mijn Ariel uit 1954 zijn gelijk ook zo ongeveer de meest oude en meest aparte motoren. En in hun soort in principe ook wel de meest onbetrouwbare ten opzichte van het overgrote deelnemersveld. Want laten we wel wezen; BMW is toch bij uitstek dé degelijkheid op motorgebied. En de helft van de deelnemers rijdt een BMW! En op ééntje na allemaal met bouwjaren tussen 1970 en 1985 in. Verder Hilbrand, die op een MZ van begin jaren 80 als routebegeleider meedoet en er rijdt een heel jonge (tja, in mijn ogen dan natuurlijk….) Yamaha mee. Misschien is dit een tendens. We willen wel een klassieke motor rijden – en die boxers hebben een ontegenzeggelijk klassieke uitstraling en motorgeluid – maar we willen geen gesodemieter onderweg en ook niet al te veel sleutelwerk thuis. Ook opvallend is hoe veel beter motoren geworden zijn. Zo vanaf 1970, na de Japanse concurrentie. Toen ik mijn Ariel kocht was die 17 jaar oud, en echt helemaal afgeragd en tot het laatste lager versleten. Je zult echt je uiterste best moeten doen om
een zelfde versleten motor in dezelfde korte tijd te krijgen die na 1970 gebouwd is. En zo’n BMW van zeg 1970, is nu ook al weer 38 jaar oud. Hoe dan ook, met 18 motoren op weg. De camper van de familie Beekamp is als bezemwagen de hekkensluiter. Gerard rijdt voorop. En ik kan het al verklappen natuurlijk, de bezemwagen blijft (gelukkig) leeg. We rijden met het ‘follow-up’ systeem. Zó zit je helemaal vooraan in de groep, het volgende moment ben je de op één na laatste. Albert Kreeft rijdt echt als laatste op zijn BSA twin uit ’57. Ja ‘Berend Schouf An’ is met vijf stuks ook aardig vertegenwoordigd. Maar ja, met het onderhoud wat onze klassiekers tegenwoordig krijgen, hoort ‘an schouven’ ook haast tot het verleden. Via via komen we in Dwingeloo voor pauze, eten en kletsen. Mooie plek op de Brink. En dat vonden ook de Heinkelclub en de Morganclub (klassieke, maar o zo moderne sportwagens; compleet met injectie, ABS enz.). In de aankondiging van deze Zonnewenderit stond, dat we misschien nog bij een brommermuseum langs zouden gaan. Wie weet heeft iemand in het Drentse een schuur vol brommers hier in de buurt….. maar stil hoopte ik dat het bij Roel van Maarsseveen zou zijn. Want jaaaaren geleden was ik daar ook met een tocht van de VKM, en zijn collectie was me nog als heel bijzonder bijgebleven. En zowaar!! Omdat we met een overzichtelijke groep van zo’n 25 mensen waren kregen we niet alleen een volledige uitleg in zijn museum(pje), maar gingen we ook zijn kantoor in – bovenop de ladekasten staat (natuurlijk) een Rover-flat tank, en een Indian. In een piep kleine hal past ook nog een veteraan motor, en uiteindelijk komen we nog in een soort voorkamer. Ook deze is natuurlijk helemaal volgestouwd met oude spullen en motoren. Meest opvallende is daar wel een REX, met dubbele achtervelg en dubbele achterband. Zo ongeveer als bij vrachtwagens met dubbele achterbanden. Het idee achter dit ontwerp? Lekke band, geen probleem, je rijdt immers gewoon verder op de naastliggende band. Dat dit helaas niet werkt op een tweewielig voertuig, waar je steeds je balans moet zien vast te houden, is voor Roel natuurlijk bijzaak. Een zeer exclusieve motor. Tsja, en welke niet trouwens…. Alhoewel. De favorieten van Roel en Henny zijn immers Triumph. En dat waren in die tijd toch wel de meest gangbare en reliable – betrouwbare – motoren. Voor flattanker begrippen dan wel te verstaan. Dus toch ook hier hetzelfde verschijnsel als bij onze VKM ritten? Wel veteraan willen rijden, het oudste van het oudste, maar toch met zo min mogelijk risico van pech. Zo min mogelijk gesodemieter?
Overigens zijn vrijwel alle motoren die Roel en Henny hier hebben staan in rijdbare staat. En om dat nog maar eens even te bewijzen start Roel vol trots ook maar even zijn prachtige Morgan – driewieler, met Matchless blok in dit geval. Geweldig Roel! Na dit bezoek kon mijn dag al niet meer stuk. Tsjonge wat een mooi spul hebben deze veteraan fanaten in de loop van de jaren verzameld. De meesten in oorspronkelijke ongerestaureerde staat ( optisch dan wel te verstaan). En hoe kon het anders, ze hadden ook nog Engelse motorvrienden op vakantie doortocht. De band met Engeland is hier in Eemster zichtbaar groot. Met een uurtje gaan we via slingerwegen weer verder en houden nog een pauze in Wijster. Daar is kermis, en dus hebben we hier ook bekijks. En als zo vaak bij een stop hoor ik ook hier iemand zeggen, “die heb ik vroeger ook nog gereden” ( man van omstreeks 75 jaar). Maar vervolgt hij, toch wel opmerkelijk, ik rijdt nog steeds motor hoor! Maar dan een (onderhoudsvrije…?) Yamaha. Geen gesodemieter zei ik toch? Anne Dijkstra en ik besluiten van hieruit terug naar het noorden te gaan. Prachtige tocht, voortreffelijke stops. Albert en Gerard, en de anderen, hartstikke bedankt! Jan van de Bospoort – die van die Ariel twin…. ( of BSA, of Honda, of….)
|
 |